Nieuws: #feitoffabel 26 november: invoering sociaal leenstelselterug naar nieuws

#feitoffabel26november

Luister hier de uitzending terug

GroenLinks deed vorige week van zich spreken. De partij gaat onder de huidige voorwaarden niet akkoord met invoering van het sociaal leenstelsel. Dit was een verrassing voor Rutte en Samsom, want invoering van het sociaalstelsel stond in het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Om een meerderheid te krijgen in de Eerste Kamer rekende het kabinet op de steun van GroenLinks en D66. Jesse Klaver blijft onder andere voorwaarden echter wel voorstander van een sociaal leenstelsel, want hij vindt het ‘niet solidair dat de bakker voor de advocaat betaalt’.

Betaalt de bakker voor de advocaat?

In 2011 werd er door de overheid 9,6 miljard euro aan hoger onderwijs uitgegeven. Hiervan kunnen ruim 660 duizend  mensen studeren (ruim 420 duizend HBO en ruim 240 duizend WO). Aan die 9,6 miljard betaalt iedere belasting betalende Nederlander mee, maar alleen studenten (en docenten/onderzoekers) profiteren hiervan. Je zou dus inderdaad kunnen zeggen dat de bakker voor advocaat betaalt.

Gaat dat veranderen met de invoering van een sociaal stelsel?

Nee. Het CPB heeft berekend dat de invoering van het sociaal leenstelsel op termijn (vanaf 2022) 800 miljoen oplevert. Dit geld wordt echter terug geïnvesteerd in ‘onderwijs en onderzoek’. De overheidsbijdragen, en dus ook de belastingbetalingen van de bakker, aan hoger onderwijs veranderen dus niet.

GroenLinks pleit er in haar verkiezingsprogramma overigens ook voor dat het geld dat vrijkomt door het invoeren van het sociaal leenstelsel volledig wordt geïnvesteerd in het hoger onderwijs. Dus ook bij GroenLinks blijft ‘de bakker betalen voor de advocaat’.

 Inkomen hoger opgeleiden

Als we ons afvragen of het solidair is dat de bakker voor de advocaat betaalt, is het interessant te kijken naar de inkomensverdeling tussen de verschillende onderwijsniveau’s. Hoogopgeleiden verdienen gemiddeld namelijk significant meer dan laagopgeleiden. Hierdoor zal de advocaat ook meer belasting betalen dan de bakker.

Een traditionele tegenstander van het sociaal leenstelsel is de studentenvakbond LSVb, wat zijn hun bezwaren?

De LSVb is bang dat de toegankelijk van het hoger onderwijs in gevaar komt:

‘Het afschaffen van de basisbeurs en de OV-kaart waarmee gratis gereisd kan worden leiden ertoe dat het onderwijs minder toegankelijk wordt. Minder mensen zullen gaan studeren. Met name kinderen van laag opgeleide ouders zullen eerder besluiten geen studie te volgen. En dit is niet alleen nadelig voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs, maar ook voor de sociale mobiliteit in de Nederlandse samenleving. Willen we dat iemand geboren als dubbeltje een kwartje kan worden? Dan moet het hoger onderwijs financieel toegankelijk blijven.’

Komt de toegankelijkheid van het onderwijs inderdaad in gevaar door invoering van een leenstelsel?

The Fact Club doet geen prognoses, maar we kunnen wel kijken of in het verleden genomen maatregelen grote effecten hebben gehad op het aantal studenten.

Historische ontwikkeling aantal studenten en regelingen

1986: Invoering Wet op de studiefinanciering (WSF). Alle scholieren van 18 jaar of ouder hebben recht op een basisbeurs;

1991: Recht op basisbeurs ingekort tot 5 jaar;

1994: Invoering OV-studentenkaart, invoering tempobeurs. Onder deze regeling moest iedereen die in het eerste jaar geen 21 studiepunten haalde de studiefinanciering terug betalen;

1996: Wijziging wet op de studiefinanciering: Alle studenten in het hoger onderwijs en alle mbo-bol’ers van 18 jaar of ouder hebben recht op een basisbeurs. Ouders van mbo-bol’ers jonger dan 18 kunnen een tegemoetkoming in de studiekosten aanvragen en

2000: Wet op de Studiefinanciering(WSF)-2000 ingevoerd. Het prestatiebeursregime wordt aangescherpt. Binnen 10 jaar moet de student het diploma behalen, daarna vervalt het recht op studiefinanciering en blijft de basisbeurs een lening.

De geleidelijke versobering van de studiefinanciering lijkt niet direct een negatief effect te hebben gehad op het aantal studenten. Sterker: het aantal studenten (HBO en WO) is sinds 1990 met 52% gestegen (tov 12% stijging gehele bevolking).

 

Internationale vergelijking

In Nederland gaat een bovengemiddeld deel van het budget voor hoger onderwijs gaat naar financiële steun voor studenten. Van onderstaande landen geeft alleen het Verenigd Koninkrijk meer uit. Dit terwijl het budget voor hoger onderwijs (als percentage van het bbp) ten opzichte van de vergeleken landen gemiddeld is. Denemarken geeft het meest uit (1,6%), gevolgd door België (1,3%), Nederland (1,1%), Duitsland en de VS (allebei 1,0%) en het Verenigd Koninkrijk (0,6%).


Problemen met afbetalen

Tegenstanders van het sociaal leenstelsel menen dat minder mensen zullen gaan studeren, omdat ze bang zijn dat ze meer moeten gaan lenen, en dit misschien niet terug kunnen betalen. Het is maar de vraag of deze vrees terecht is. In 2011 was het percentage ‘oninbare’ schulden bij DUO 1.5. Dit percentage is niet hard hard gestegen tov tien jaar eerder terwijl het aantal leningen bij DUO wel hard is gestegen. In 2011 stonden er bij DUO 514 duizend mensen ingeschreven die zijn begonnen met het aflossen van hun schuld, gemiddelde schuld per persoon was €10.870. Niet alleen zijn er de laatste jaren meer studenten gaan lenen, ook zijn deze studenten meer gaan lenen. In 2004 bedroeg de gemiddelde schuld van een nieuwe afbetaler 8000 euro, in 2012 was dit 14.450 euro.

 

Concluderend

Het invoeren van een sociaal leenstelsel zorgt er niet voor dat de bakker niet meer voor de advocaat betaalt. De invoering lijkt vooral bedoeld als herverdeling van het onderwijsgeld.

Bezwaren vanuit de gedachte dat minder (arme) mensen zullen gaan studeren zijn misschien terecht, maar historische ontwikkelingen wijzen er niet op dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in gevaar komt:

-          De afgelopen 20 jaar zijn steeds meer mensen gaan studeren terwijl de studiefinanciering steeds soberder werd.

-          Internationaal gezien gaat een groot deel van ons onderwijsbudget naar financiële ondersteuning van studenten.

-          Hoogopgeleiden zullen gemiddeld meer verdienen dan middel- of laagopgeleiden. Lenen voor je studie lijkt dus een verstandige investering.

-          Meer studenten zijn gaan lenen, en ze lenen steeds meer, maar het percentage ‘oninbare’ schulden is hetzelfde gebleven.

 

Bronnen:

volkskrant

kerncijfers OCW

CBS Statline: aantal studenten

CBS Statline: uitgaven aan onderwijs

CBS Statline: inkomen naar onderwijsniveau

Eurostat

Meer nieuws & #feitoffabel