Nieuws: #feitoffabel 10 december: Komen pensioenen in gevaar?terug naar nieuws

http://www.dreamstime.com/-image17167741

Luister de uitzending terug.

Ons pensioenstelsel is al jaren onderwerp van een verhit debat. Op vijf december gingen Jony Ferket (G500) en Henk Krol (50+) bij Pauw en Witteman met elkaar in debat. Ferket en Krol spraken elkaar regelmatig tegen, tijd voor de feiten dus!

Jony Ferket stelt dat pensioenen van jongeren in gevaar komen, volgens Henk Krol is er niks aan de hand. Wie heeft er gelijk?
Nou, eigenlijk hebben ze allebei niet voor de volle 100% gelijk. De pensioendiscussie is vrij ingewikkeld en daardoor kan het gebeuren dat mensen elkaar volledig tegenspreken zoals afgelopen woensdag gebeurde bij Pauw en Witteman.  Daarom lijkt het ons verstandig om eerst in kaart te brengen hoe ons pensioenstelsel eigenlijk werkt.

Pijler I
De Algemene Ouderdomswet (AOW). Iedereen boven de 65 (vanaf 2013 gaat dit geleidelijk naar 67) ontvangt AOW. Dit wordt betaalt via een omslagstelsel: werkenden betalen (via premies) direct voor AOW-gerechtigden.

Pijler II
De tweede pijler is via een pensioenfonds. In de meeste CAO’s is geregeld dat werkgevers verplicht zijn hun werknemers pensioen aan te bieden. Dit gaat via een pensioenfonds waarin dan vaak alle werkgevers binnen de CAO zijn aangesloten. Werknemers storten automatisch maandelijks een premie in het pensioenfonds, ze kunnen niet zelf kiezen bij welk pensioenfonds ze dit doen. Pensioenbeheerders  beheren (beleggen) vervolgens de premies die binnenkomen.

Pijler III
De derde pijler betreft eigen  aanvullende regelingen zoals lijfrente en levensverzekeringen.

Waarom is het pensioenstelsel zo vaak onderwerp van debat?
Een aantal ontwikkelingen zorgt er voor dat ons pensioenstelsel onder druk komt te staan:

- Levensverwachting: mensen worden steeds ouder, dit betekent dat ze langer pensioen (1e en 2e pijler) ontvangen en er dus meer pensioen moet worden uitgekeerd, want de tijd tussen met pensioen gaan en overlijden is langer. Op het moment dat Henk Krol werd geboren was zijn levensverwachting 68.69, voor Jony Ferket was dat 79.97. Tussen de geboorte van Henk Krol en Jody Ferket is levensverwachting van mannen met 4.9 jaar gestegen en die van vrouwen met 8.7 jaar.

geboren Man Vrouw

1986 tot 1991

73,55

79,97

76,76

1946 tot 1951

68,69

71,26

69,975

Ondertussen blijft de levensverwachting verder stijgen, de levensverwachting van een man van 62 is op dit moment 77.8 en voor een vrouw van 25 80.4. Voor een compleet overzicht, zie CBS.

- Vergrijzing: de verhouding tussen het aantal mensen dat werkt en het aantal mensen dat pensioen (1e + 2e pijler) ontvangt verandert. Het aantal mensen dat betaalt wordt minder en het aantal mensen dat ontvangt neemt toe.

15-65* (%) 65+* (%)

1970

62,5

10,1

2012

66,5

16,2

2040

            58 (60.2)       25,9 (23,7)

* tussen haakjes de situatie bij een pensioenleeftijd van 67.

-    Economische ontwikkeling: pensioenen uit de tweede pijler zijn voor een deel afhankelijk van rendementen uit beleggingen. Indien deze tegenvallen kunnen de pensioenuitkeringen in de problemen komen.

Komen door deze ontwikkelingen de pensioenen van jongeren in gevaar zoals de G500 stelt?
Het is belangrijk om te realiseren dat de situatie per pensioenfonds verschilt. In totaal zijn er in Nederland 422 bij De Nederlandsche Bank geregistreerde pensioenfondsen. Samen beheren zij 950 miljard (Q2 2012). De vijf grootste fondsen (ABP, bpfBOUW, PFZW, PME en PMT) beheren ongeveer de helft van dit bedrag.

Er zijn twee begrippen (iedereen heeft ze weleens gehoord) van belang: rekenrente en dekkingsgraad. De rekenrente is de rente waarmee pensioenfondsen mogen rekenen in hun dekkingsgraad berekening. Deze is afhankelijk van de aard van hun toekomstige verplichtingen.  De rekenrente wordt opgesteld door De Nederlandsche Bank aan de hand van de risicovrije marktrente. De dekkingsgraad geeft de verhouding aan tussen het vermogen van een pensioenfonds en de pensioenen die een fonds nu en in de toekomst moet uitbetalen. Bij het berekenen van de dekkingsgraad wordt gebruik gemaakt van de rekenrente. Hoe hoger de rekenrente, hoe minder pensioenfondsen in kas hoeven te hebben, want rendement ten opzichte van verplichtingen is hoger. De minimale dekkingsgraad ligt op de 105%.

Hoe zit het met de dekkingsgraad van de grootste pensioenfondsen:

laten we kijken naar de dekkingsgraad van de grootste pensioenfondsen:

De vijf grootste fondsen hebben dus allemaal een ontoereikende dekkingsgraad. Dit kan met de huidige rekenrente twee dingen betekenen: huidige pensioenontvangers krijgen minder of toekomstige pensioenontvangers krijgen minder.

Een aantal pensioenfondsen hebben begin van dit jaar inderdaad kortingen op pensioenen aangekondigd. Maar dit niet genoeg om tot een dekkingsgraad van boven de 100% te komen. Het lijkt erop dat het pensioen van Ferket (ABP) inderdaad in gevaar komt. Met een dekkingspercentage van 97% is echter onwaarschijnlijk dat zij helemaal geen pensioen meer krijgt.

Belangrijk in deze discussie is dat het niet om de omvang van ‘de pensioenpotten’ gaat, maar om de verhouding met(toekomstige) verplichtingen.

Henk Krol stelt tijdens Pauw en Witteman dat Nederlandse pensioenpotten groter zijn ‘dan alle andere Europese landen bij elkaar’, doet dit er toe?
Dit is een lastige vergelijking, omdat in andere Europese landen het pensioen weer anders is geregeld. In de meeste Europese landen, (oa Italië, Spanje, Oostenrijk en Frankrijk) komt het pensioen voor het grootste deel uit de eerste pijler (overheid, omslagstelsel). Nederlanders regelen relatief gezien een groot deel van hun pensioen via de tweede pijler dus dan is het logisch dat ‘de potten veel voller zijn’. Ten overvloede, de aanspraken op deze potten zijn dus ook groter.

Uit het OECD rapport ‘Pension Markets in Focus, No.9, September 2012‘ blijkt onder andere:
- percentage omvang pensioenfondsen tov BBP: Nederland 138.2%, gemiddeld: 72.4%
- 42% van bezit NL pensioenfondsen wordt in buitenland geïnvesteerd, in Denemarken 26.8%
- Rendement pensioenfondsen 2010-2011: Denemarken (hoogste OECD) 12.1%, Nederland (2e OECD) 8.2%


Bronnen
De Nederlandse Bank: pensioenfondsen
CBS Statline: levensverwachting
The Fact Club: fact report Arbeidsmarkt
ABP: dekkingsgraad
BPFbouw: dekkingsgraad
PMT: dekkingsgraad
PFZW: dekkingsgraad
PME: dekkingsgraad
Rijksoverheid: aanpak pensioenfondsen

We zijn Ilja Boelaars dankbaar voor hulpvol commentaar. Ook hebben we enkele vragen gesteld aan de woordvoering van APG. Eventuele overgebleven onjuistheden blijven uiteraard de volledige verantwoordelijkheid van The Fact Club.

Meer nieuws & #feitoffabel