Nieuws: #feitoffabel 14 juni: Minister Bussemaker over voortijdige schoolverlatersterug naar nieuws

minister_Bussemaker

Luister hier de BNR-uitzending terug

Uitspraak Jet Bussemaker (PvdA): “Voorzitter. Ik deel met mevrouw Jadnanansing de nadruk op en het belang van het tegengaan van vroegtijdig schoolverlaten. Wij hebben al veel resultaat geboekt, want het aantal vroegtijdig schoolverlaters is gehalveerd van 71.000 in 2002 tot 36.000 nu.” (bron: vragenuur 11 juni)

Leg uit..
12 februari 2013 stuurden Minister Bussemaker en Staatssecretaris Dekker een brief naar de Tweede Kamer over de aanpak van voortijdig schoolverlaten, met in de bijlage een onderzoeksrapport van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: ‘Nieuwe voortijdig schoolverlaters’.
Uit dit rapport blijkt dat het aantal voortijdige schoolverlaters inderdaad tussen het schooljaar 2001/2002 en het schooljaar 2011/2012 is gedaald van 71.000 naar 36.250. In percentage tov alle leerlingen (aan het begin van het schooljaar) is over dezelfde periode sprake van een daling van 5,5% naar 2,7%. De cijfers over het schooljaar 2011/2012 zijn voorlopige cijfers. In het najaar van 2013 komen de definitieve cijfers.

Hoe komt het dat het aantal voortijdige schoolverlaters zo sterk afneemt?
Het kabinet Rutte II heeft, in navolging van Rutte I het streven geformuleerd het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters terug te brengen tot 25.000 in 2016.
De overheid zet in op preventieve maatregelen om de schooluitval terug te dringen. Hiervoor wordt samengewerkt door veel instanties (zoals scholen, gemeenten, jeugdzorg, politie, ouders). Door prestatiegerichte afspraken te maken en transparante cijfers te verschaffen, meent de overheid schooluitval terug te kunnen dringen.

Ook is de meetsystematiek aangescherpt. In 2005 is het Basisregister Onderwijs (BRON) ingevoerd. Hiermee kunnen onderwijsvolgende jongeren door middel van een persoonsgebonden onderwijsnummer worden gevolgd, waardoor een betere meting kan worden uitgevoerd. Op dit moment is het aantal voortijdige schoolverlaters nog iets te hoog ingeschat, omdat er nog geen volledig beeld is van een aantal jongeren, zoals jongeren die overgestapt zijn naar particulier onderwijs, of (weer) naar het buitenland vertrekken.

Wat wordt eigenlijk verstaan onder voortijdige schoolverlaters?
In dit geval gaat het om ‘leerlingen van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten gedurende het schooljaar. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of minimaal een mbo 2 diploma.’

Er kan op twee manieren worden gekeken naar voortijdige schoolverlaters. Een manier is kijken naar het totale volume, het totaal aantal vroegtijdige schoolverlaters. Daarin zitten ook personen die in voorgaande jaren voortijdig uit het onderwijs zijn gestapt en nu nog steeds buiten het onderwijs staan. De cijfers die Bussemaker noemt gaan over de nieuwe aanwas aan vroegtijdige schoolverlaters. Dat gaat dus om leerlingen die in het begin van het leerjaar nog naar school gingen, en het betreffende jaar het onderwijs hebben verlaten.

Binnen welk onderwijs vindt de meeste uitval plaats?
Op het mbo vindt meer voortijdig schooluitval plaats dan in het voortgezet onderwijs. De uitval in het mbo was in het jaar 2011/2012 volgens de voorlopige cijfers 6,9%, tegenover 0,9% in het voortgezet onderwijs.
Van alle nieuwe vroegtijdige schoolverlaters komt 74% uit het mbo, 23% uit het voortgezet onderwijs en 2% uit het vavo (volwassenenonderwijs). Hoewel ze geen startkwalificatie hebben gaan niet alle vroegtijdige schoolverlaters geheel zonder diploma van school. 58,5% van de nieuwe vroegtijdige schoolverlaters heeft een vmbo diploma behaald, en 11,8% een mbo 1 diploma. 29,7% heeft helemaal geen diploma.

Het is overigens niet zo dat al deze schoolverlaters voor altijd uit het onderwijs verdwenen zijn. Het CBS verzamelt ook gegevens over voortijdige schoolverlaters. Uit deze gegevens blijkt dat 22% van de voortijdige schoolverlaters van het jaar 2004/2005 zeven jaar later alsnog een startkwalificatie heeft behaald.

Hoe doet Nederland het internationaal?
Nederland scoort, vergeleken met andere EU-landen, beter dan gemiddeld. Het gemiddelde lag volgens cijfers van Eurostat in 2012 op 12,8%; Nederland staat met 8,8% op de 9e plaats.
Hier moet wel bij vermeld worden dat in dit EU-verband een andere definitie van voortijdige schoolverlaters wordt gehanteerd. Zo wordt hier gekeken naar de leeftijdsgroep van 18 tot 25 jaar, en wordt niet alleen de nieuwe aanwas geteld, maar wordt gekeken naar het totale volume.

Bronnen:
Rapport Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Jaarboek Onderwijs in cijfers 2012 (CBS)
Eurostat
www.aanvalopschooluitval.nl
Kamerbrief vroegtijdige schoolverlaters

Meer nieuws & #feitoffabel