Platform voor publieke informatie

Lilian Marijnissen en de vermogensongelijkheid gecheckt

Hier de bronnen waarop de cijfers uit de fact-check zijn gebaseerd:

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft een rapport over de welvaart in Nederland uitgebracht in 2020.  U vindt dat hier.

Hoofdstuk 7.2 Vermogensongelijkheid

Vermogen scheef verdeeld

In 2018 bedroeg het gemiddeld vermogen van een Nederlands huishouden 182,7 duizend euro. Bij een volkomen gelijke verdeling zou iedereen over dit vermogen beschikken. Slechts weinig huishoudens zullen zich echter herkennen in dit bedrag. Er is een grote groep die beduidend minder heeft, terwijl de meest vermogende één procent huishoudens zelfs 25 keer zo veel heeft.

Begin 2018 had de rijkste 10 procent huishoudens 876 miljard euro aan vermogen in handen. Dat komt overeen met 62 procent van het totale vermogen. De 90 procent overige huis­houdens moesten het doen met de rest ofwel 541 miljard euro. Een aanzienlijk deel van deze huishoudens heeft bovendien een negatief vermogen. De 10 procent huishoudens met de laagste vermogens hebben samen meer schulden dan bezittingen.

Het OESO rapport

dat vindt u hier

Op pagina 14

2.2. Household wealth inequality 11. Income inequality is typically measured using indicators such as the Gini coefficient or various inter-quantile ratios (e.g. the S80/S20 or the P90/P10). However, such indicators tend to be poorly suited to measure wealth inequality, due to the large number of households with negative net wealth (Amiel, Cowell and Polovin, 1996[9]; Cowell, Karagiannaki and Mcknight, 2017[5]; Morrisson and Murtin, 2013[10]). The ratio between mean and median net wealth therefore provides a useful alternative measure of wealth inequality within a country.

  1. Median net wealth better represents the conditions of the ‘typical’ household, with larger differences between mean and median wealth reflecting higher levels of wealth inequality. On average, mean net wealth is 2.6 times higher than median wealth across the 28 OECD countries included in the OECD WDD (Figure 2.3). On this measure, wealth inequality is highest in the United States and the Netherlands, both of which have ratios in excess of 8, followed by Denmark, with a ratio of 4.7. By contrast, half of OECD countries have ratios below 2.

Dit alles meenemend concluderen wij dat  de bewering van Lilian Marijnissen waar is.